Onze kwekerij spitst zich niet op de massa, wij willen ons onderscheiden door service en kwaliteit. Wij kweken voornamelijk:
prunus lusitanica: Portugese laurier, wintergroen en goed winterhard. Verkrijgbaar in diverse maten, vanaf 30 cm hoog.
buxus sempervirens: Randpalm, zeer geschikt voor haag maar ook bij ons verkrijgbaar als bolvorm en pyramidevorm
hedera hibernica: Klimop, wintergroen en goed winterhard. Verkrijgbaar in diverse maten, vanaf 30 cm.hoog tot ca. 2 meter.
diverse soorten hydrangea: Hortensia, bijvoorbeeld Annabelle en Grandiflora.
Naast een grote voorraad aan heesters, vaste planten, siergrassen, bos- en haagplantsoen en allerlei soorten bomen (laan-, fruit- en lei) leveren wij uiteraard ook op bestelling, aan zowel particulieren maar ook aan hoveniers.
Onderstaand geven wij u een overzicht van beplanting met daarbij een onderhoudsadvies.
Klik op een subonderdeel om direct daar heen te gaan
Een niet meer weg te denken, altijdgroene haag, veelal gebruikt voor afscheidingen. Maar ook zeer geschikt voor vormsnoei, zoals bijvoorbeeld bol- of piramidevormen. Er zijn een kleine 70 soorten buxus, maar de meest bekende is de buxus sempervirens.
Onderhoud:
Snoeien kan het hele groeiseizoen, maar voor mooi resultaat kunt u het beste voor half juni snoeien. Let er wel op dat buxus als gevolg van het knippen kan verbranden. De 2e knipbeurt vindt plaats op het eind van de zomer.
Buxusbladvlo:
Dit diertje heeft het speciaal op buxus voorzien en leggen eitjes in nestjes, gevormd door enige blaadjes die er samen uitzien als een kooltje. Het lijkt erger dan het is, het gaat echter vanzelf over.
Topmijt:
Deze is veel vervelender dan de buxusbladvlo. Deze leven in de toppen van uitgroeiende scheuten en belemmeren de groei. Door het regelmatig knippen van de struiken kunt u veel schade voorkomen.

Dit zijn planten die in het najaar, op een aantal uitzonderingen na, bovengronds afsterven en in het voorjaar weer op de oude basis gaan groeien. Vaste planten komen van oorsprong allemaal uit “het wild”. Het is daarom niet altijd voorspelbaar hoe een plant zich zal gedragen. Want het weer, een van de belangrijkste factoren bij de ontwikkeling van planten, is gewoon altijd anders. Als bijvoorbeeld bij vaste planten in het voorjaar wat vorstschade ontstaat, hoeft dat nog niet desastreus te zijn. Ze zijn meestal vitaal genoeg om zich te herstellen. Gaan er dan toch een paar planten dood, kunnen we toch gewoon weer nieuwe kopen! Dat geeft u de kans weer eens wat anders te planten!
U vindt bij De Vlieren een ruime keuze van A tot Z, met weer de stelregel: Is uw plant niet op voorraad: wij bestellen hem voor u!
Wij hebben ook nu de aktie: 10 vaste planten voor € 10,00
Onderhoud:
Vaste planten behoeven eigenlijk weinig onderhoud doordat ze toch afsterven. U kunt wel de oude bloemen en bladeren verwijderen als u van een nette tuin houdt.

Blad is de hoofdzaak van elke blijvende beplanting. Een groep kleurrijke bladsierheesters kan net zo interessant zijn als een bloeiende beplanting. Een heester zorgt ook in de winter voor een mooie aanblik van uw tuin. In ons klimaat zijn er weinig perkplanten die hard genoeg zijn om de winter te overleven en er zijn weinig betrouwbare wintergroene vaste planten. Het blad dat in de winter in uw tuin aanwezig is, is voornamelijk het blad van: bomen en heesters. Heesters is de belangrijkste plantgroep in de moderne tuin vanwege hun makkelijke toepasbaarheid, de variatie die ze bieden in uiteindelijke grootte en vorm, de bloemkleur, het bloeiseizoen en natuurlijk hun blad.
Onderhoud:
Heesters behoeven weinig aandacht: eenmaal per seizoen een meststof en tweemaal per jaar compost toevoegen. Welke meststof kunt u het beste gebruiken? KPK van 5:5:6 of kunstmest 12:10:18 (een klein handje mest rond iedere plant). Let wel: als u droge meststof strooit bij een plant die in droge grond staat, zal de meststof aan de oppervlakte blijven en niet tot de plant doordringen. Het beste is om het na de regen toe te voegen, in te harken in de grond en ook dan in te wateren met een gieter of tuinslang.
Om de grond vochtig te houden moet in het voor- en najaar compost rond de heesters worden aangebracht. De grond moet eerst nat zijn, compost zal een droge grond juist droog houden. Eigen tuincompost of bladaarde is het meest bruikbare materiaal. Sommige planten doen het juist beter met goede, niet te verse stalmest of een mulchlaag van halfverteerde coniferen naalden of tuinturf.
Een klimplant is gewoon een plant die op steun is aangewezen. Door het gebruik van klimplanten wordt de tuinruimte aanmerkelijk vergroot en u kunt er tevens lelijke muren en schuttingen mee bedekken. Bijna alle plantendelen - scheuten, wortels, bladeren, bladstelen, zelfs bloemstelen - worden als klimwerktuig gebruikt.
Bij de zelfhechtende klimmers kunnen er, omdat hij zich stevig op schilderwerk en alle soorten steen vastzet, beschadigingen ontstaan als u probeert deze los te maken van zijn ondergrond. Bij de niet-zelfhechtende soorten is dit niet het geval.
Onderhoud:
Bij het opkweken van een klimmer kunt u bepalen in welke richting hij moet groeien en zijn twijgen en scheuten volgens een bepaald patroon te leiden. Tot op zekere hoogte hangt het succesvolle leiden van de plant af van de manier waarop de scheuten aan de steun zijn vastgezet, maar zeker ook hangt het succes af van het snoeien. Bedenk wel: hoe harder je snoeit, hoe meer je moet snoeien. Het maakt niet uit hoeveel u van de plant wilt weghalen, u moet altijd net boven een knop, blad, bloem, vertakking of elk ander groeiorgaan snoeien, nooit in het midden van een scheut of stengel. U mag nooit de knop beschadigen. Planten die voor hartje zomer in de bloei staan: deze snoeit u pas na de bloei op het moment dat de groeiperiode grotendeels is afgesloten. Klimmers die in de eerste helft van het jaar bloeien moet u onmiddellijk snoeien nadat de bloemen uitgebloeid zijn. Planten die in de tweede helft van het jaar bloeien mogen wel onmiddellijk na de bloei worden gesnoeid, maar vaak is het beter als u ze pas zeer vroeg in het volgende seizoen snoeit.
Naast buxus zijn er natuurlijk nog meerdere planten die geschikt zijn voor hagen zoals de fagus sylvatica (bladhoudende beuk), carpinus betulus (bladverliezende beuk), taxus, en coniferen (bijvoorbeeld de leylandii). U kunt deze voorgaande soorten het beste aanplanten in het najaar (vanaf ongeveer half oktober).
Haagplanten moeten tegen regelmatig knippen bestand zijn. Soorten die maar 1 groeispurt per jaar hebben, zoals taxus, hoeven ook maar 1 keer geknipt te worden. Groenblijvers zijn het populairst, maar bladverliezers breken de kracht van de wind en zijn goedkoper.
Bloeiende hagen zijn geschikt als omheining. Ze geven de tuin structuur en kunnen goede blikvangers zijn. Veel bloeiende struiken die snoei verdragen, komen in aanmerking. Hagen die veel gesnoeid moeten worden voor een optimale bloei, lenen zich mogelijk niet voor formele hagen of voor grenshagen die het hele jaar door de tuin moeten afschermen. Er zijn plaatsen in de tuin (meestal langs de rand) waar de barriere van een haag niet volstaat en er planten met stekels aan te pas moeten komen om de privacy te waarborgen en dieren uit de tuin te houden. Ze moeten met zorg worden geknipt en gesnoeid. Afgevallen twijgjes kunnen het wieden aan de voet van de haag soms lastig maken.

Bomen produceren voor het leven belangrijke zuurstof, ze hebben een positieve invloed op het microklimaat in hun omgeving, temperatuur, luchtvochtigheid en luchtbeweging. Bovendien filteren ze stofdeeltjes uit de lucht en verminderen in geringe mate geluidsoverlast. Als natuurlijk element dragen ze bij aan de ruimtelijke vormgeving en maken het huis tot onderdeel van haar omgeving. In onze tegenwoordig steeds kleinere siertuinen is er echter meer vraag naar kleine bomen met een geringe omvang. Gelukkig is er in het sortiment van boomkwekers, ook voor de bezitters van een rijtjeshuis of een kleine binnentuin, een ruime keuze voor een persoonlijke huisboom.
Als uw tuin het toelaat laat u dan bij ons adviseren over de juiste boom op de juiste plaats. Wij helpen u graag bij uw keuze.
Onderhoud:
Wilt u wat kleine takken verwijderen om uit te dunnen dan is de beste periode om te snoeien in die periode dat de boom geen sapstroom heeft (begin november tot begin januari). Betreft het een meer ingrijpende snoei waarbij dikke takken of een deel van de kroon wordt verwijderd dan kan dit beter niet in de winter gedaan worden. De meest gunstige perioden voor loofbomen zijn dan: als de knoppen in het voorjaar gaan uitlopen, tijdens of onmiddellijk na de bladval, zomersnoei in juni en juli en naaldbomen (coniferen) vanaf augustus.
Een van de fijnste kanten van het tuinieren is het kweken en proeven van vers geplukt, in de zon gerijpt, eigen gekweekt fruit. Fruitteelt is meestal een onderneming op langere termijn. Sommige vruchtbomen kunnen tientallen jaren fruit dragen als er goed voor wordt gezorgd.
We kunnen het fruit onderverdelen in kleinfruit en grootfruit (vruchtbomen).
Kleinfruit is een overkoepelende term voor verscheidene laag blijvende heesters en overblijvende planten, die zacht, sappig fruit dragen. Alle vruchten die bij het kleinfruit worden gerekend, hebben het gemeenschappelijke voordeel dat ze al gauw na het planten vrucht dragen – in sommige gevallen hetzelfde jaar nog. Ook is kleinfruit bijzonder geschikt voor de kleine tuin, omdat er veel minder ruimte voor nodig is dan voor bomen. Enkele voorbeelden van kleinfruit: aardbeien, bessen, frambozen, bessen en bramen.

Vruchtbomen vormen een groep waarin alle grotere fruitsoorten vallen die, althans in de natuur, boomvormig zijn. In tegenstelling tot kleinfruit is het kweken van vruchtbomen in de tuin een project op langere termijn. De boom bereikt pas na een aantal jaren zijn volle opbrengst, maar met wat zorg gaat hij daar vaak een mensenleven lang mee door. Vruchtbomen zijn er in 3 hoogtes te verkrijgen te weten: hoogstam, halfstam en laagstam.
Onderhoud:
Het snoeien van vruchtbomen is per soort verschillend, dus vraag bij aankoop altijd naar een goed plant- en snoeiadvies.